Op een tak zit een mus. De mus draagt een pet. De pet is rood, wit en blauw, net als de vlag van Nederland. De mus komt uit Nederland. Hij houdt van Nederland. Hij zingt ook in het Nederlands. Hij zingt veel met de typische Nederlandse tweeklanken: de au/ou, eu, ij/ei, ui en oe. Wil je weten hoe dat klinkt? Dat klinkt ongeveer zo: Au, ou, ou, au… Eu, eu, eiiiiiiiii, ui, ui, ui, oe. En dan verder. Elke ochtend zingt de mus een mooi lied. Iedereen vindt het prachtig. Waarom draagt de mus een pet? Dat weet niemand.
Vocabulary list:
- de tak (the branch)
- de mus (the sparrow)
- de pet (the baseball cap)
- Nederland (The Netherlands)
- Nederlands (Dutch)
- tweeklanken (diphthongs; two vowels that together form a different sound)
- ongeveer (approximately/around)
- de ochtend (the morning)
- mooi (beautiful)
- het lied (the song)
- iedereen (everyone)
- prachtig (stunning)
- niemand (nobody)
Verbs:
- dragen (to wear)
- willen (to want)
- klinken (to sound)
- weten (to know)
Follow & listen on Spotify