Practise your Dutch with these funny, random short stories!

#6 Op de maan

Op de maan zat een lieveheersbeestje. Die kon je vanaf de aarde met je blote oog natuurlijk niet zien, maar wel met een telescoop. Het lieveheersbeestje wilde astronaut worden. Hij dacht daarom maar eens een kijkje te nemen op de maan, om te zien hoe het daar was. Interessant, dacht hij. Ook wel saai en grijs, en met die kraters.. Hij besloot met een raket via de sterren de andere planeten in het zonnestelsel te bezoeken. Op Mars ontmoette hij Lars. Op Venus, zijn zus. Met zijn zus ging hij naar Uranus en op Pluto gaf hij haar een cadeau. Op Neptunus gaf hij haar een kus en op Mercurius was een Plus (om boodschappen te doen). Op Saturnus reed een bus. Jupiter was helaas te ver. Het lieveheersbeestje was moe en hij vervolgde zijn weg door de Melkweg terug naar de maan. Dit verhaal is nu te random geworden om serieus genomen te worden, maar je hebt in ieder geval wel de planeten geleerd en wat vocabulaire rondom de ruimte!

Read more »

#5 De tuinman en de dove roos

Er was eens een tuinman. Hij woonde in een klein huis met een grote tuin. Omdat hij een tuinman was, had hij een grote tuin. Hij was altijd bezig in de tuin. Zijn tuin stond vol met bloemen in alle kleuren. Tulpen, zonnebloemen, rozen en lelies. Elke dag werkte de tuinman in de tuin. Hij gaf de bloemen water. Hij zorgde voor genoeg zon en voor goede aarde. Ook sprak hij lieve woorden tegen de bloemen. Zo groeiden de bloemen nog mooier! Op een dag zag hij één roos die niet zo mooi was als de rest. Hij was kleiner, minder rood en hij hing met zijn kop naar beneden. Hoe kan dit toch? Dacht de tuinman. Ik geef alle bloemen hetzelfde water. Ze hebben ook allemaal dezelfde zon en dezelfde aarde. En ze horen ook allemaal dezelfde lieve woorden. Maar daar had hij het mis. De roos was namelijk doof en kon de lieve woorden niet horen. En zonder lieve woorden kon hij ook niet zo mooi groeien. Gelukkig kreeg de tuinman een idee. Voor de dove roos schreef hij elke dag een briefje. Je bent zo mooi. Je bent prachtig. Je ruikt heerlijk. Ik zie je graag. De roos werd weer mooi en de hele tuin was weer blij.

Read more »

#4 De knappe kapper

Er was eens een knappe kapper. Hij had zijn eigen kapsalon. Daar knipte hij alle soorten mensen. Met lang dik haar, met kort dun haar, met krullend haar, golvend haar, of ergens daartussen in. Hij kleurde, droogde en stijlde de haren. Hij zorgde voor een mooie coupe, met volume of juist netjes recht of in laagjes. Met kale mensen kon hij niet zoveel, omdat die geen haar op hun hoofd hebben. Hij was tenslotte een kapper, geen barber. De mensen in de buurt kwamen graag naar deze kapper. Hij was goed in zijn beroep en hij knipte en kapte elke dag met veel plezier. Hij maakte graag praatjes met de mensen. Hij hield niet van roddelen, dat vond hij zonde van zijn tijd. De knappe kapper had een groot talent om mensen te laten stralen. Het was fijn om hem in de buurt te hebben. De mensen werden mooier, met een lach op hun gezicht. Dat maakte de buurt ook mooier. Dus als je ooit in een buurt loopt en je ziet veel stralende mensen met mooie kapsels? Dan is dat vast en zeker waar de knappe kapper woont!

Read more »

#3 Het gras was groener bij de buren

In een klein dorpje aan de rand van het bos woonde een man en een vrouw. Ze hadden een mooi huis en een mooie tuin. De tuin was simpel met alleen veel gras. Het gras was super groen. Ze hadden ook buren, aan één kant. Zij hadden ook een mooi huis en een mooie tuin. Hun tuin was ook simpel met alleen veel gras. En ook hun gras was super groen. De man keek soms over de heg naar de tuin van zijn buren. Dan kwam zijn buurman ook bij de heg staan. Samen vergeleken ze het gras. Welk gras was nou groener? Ze waren het nooit met elkaar eens. Ze vonden allebei dat het gras van de ander groener was. Het was een lange discussie. Dan kwamen beide buurvrouwen naar buiten om hun mannen te halen. Nu is het genoeg. Het maakt niet uit welk gras groener is. Tot ziens buurman! Tot ziens buurvrouw!

Read more »

#2 De mus met de pet

Op een tak zit een mus. De mus draagt een pet. De pet is rood, wit en blauw, net als de vlag van Nederland. De mus komt uit Nederland. Hij houdt van Nederland. Hij zingt ook in het Nederlands. Hij zingt veel met de typische Nederlandse tweeklanken: de au/ou, eu, ij/ei, ui en oe. Wil je weten hoe dat klinkt? Dat klinkt ongeveer zo: Au, ou, ou, au… Eu, eu, eiiiiiiiii, ui, ui, ui, oe. En dan verder. Elke ochtend zingt de mus een mooi lied. Iedereen vindt het prachtig. Waarom draagt de mus een pet? Dat weet niemand. 

Read more »

#1 De gezellige vrouw

Er was eens een vrouw. Ze was heel gezellig. Wat betekent dat? Ze was in haar element met gezelligheid. In gezellige huizen, in gezellige kamers, met gezellige mensen, gezellige gesprekken, gezellige muziek en een gezellige sfeer. Er was alleen 1 probleem. Ze had geen vrienden. Omdat ze geen vrienden had, kon het eigenlijk nooit echt gezellig zijn. Ze was alleen in een gezellig huis, in een gezellige kamer met gezellige muziek. Maar zonder gezellige mensen en gezellige gesprekken was er niet echt een gezellige sfeer. Het was daardoor nooit echt gezellig. Ze besloot dat het tijd werd om vrienden te maken, zodat ze echte gezelligheid kon beleven. Dus dat deed ze. Nu komt ze elk weekend samen in een gezellig huis, in haar gezellige kamer en hebben ze gezellige gesprekken met gezellige muziek. En de tijd? Die is er niet, want gezelligheid kent geen tijd. 

Read more »