Er was eens een knappe kapper. Hij had zijn eigen kapsalon. Daar knipte hij alle soorten mensen. Met lang dik haar, met kort dun haar, met krullend haar, golvend haar, of ergens daartussen in. Hij kleurde, droogde en stijlde de haren. Hij zorgde voor een mooie coupe, met volume of juist netjes recht of in laagjes. Met kale mensen kon hij niet zoveel, omdat die geen haar op hun hoofd hebben. Hij was tenslotte een kapper, geen barber. De mensen in de buurt kwamen graag naar deze kapper. Hij was goed in zijn beroep en hij knipte en kapte elke dag met veel plezier. Hij maakte graag praatjes met de mensen. Hij hield niet van roddelen, dat vond hij zonde van zijn tijd. De knappe kapper had een groot talent om mensen te laten stralen. Het was fijn om hem in de buurt te hebben. De mensen werden mooier, met een lach op hun gezicht. Dat maakte de buurt ook mooier. Dus als je ooit in een buurt loopt en je ziet veel stralende mensen met mooie kapsels? Dan is dat vast en zeker waar de knappe kapper woont!
Vocabulary list:
- knap (handsome)
- de kapper (the hairdresser)
- de kapsalon (hair salon)
- krullend (curly)
- golvend (wavy)
- ergens daartussen in (somewhere in between)
- juist (here: just; also: right/correct)
- netjes (neatly/nicely)
- recht (straight)
- in laagjes (in layers)
- kaal (bald)
- tenslotte (here: after all; also: finally/eventually)
- het beroep (the profession)
- zonde (sin/waste)
- de lach (the smile)
- het kapsel(the hairstyle/haircut)
- vast en zeker (certainly)
Verbs:
- knippen (knipte(n)) (to cut)
- kleuren (kleurde(n) (to color)
- drogen (droogde(n)) (to dry)
- stijlen (stijlde(n)) (to style)
- zorgen voor (zorgde(n) voor) (to take care of)
- kappen (kapte(n)) ("to take care of hair")
- praatjes maken (maakte(n) praatjes) (to chat)
- roddelen (to gossip)
- stralen (to shine/radiate)
Follow & listen on Spotify